Toelichting op de muziek van 29 januari 

Toelichting op de Evensong van 19 februari 2023
Op 19 februari verzorgt Choral Voices olv Daniel Rouwkema de Choral Evensong in de Martinikerk te Groningen. Voorganger is ds. Tirtsa Liefting, organist Mannes Hofsink. Aanvang 17.00 uur.

Het werk van John Tavener staat voor een groot deel in het teken van het Oosters Orthodoxe geloof, waartoe hij overging in 1977. Hij bestudeerde vooral de mystieke teksten uit deze traditie maar maakte zich ook het muzikale idioom eigen. Mother of God here I stand is een van de Maria hymnes uit zijn beroemde The Veil of the Temple, een vigilie dat een hele nacht duurt en voor het eerst werd uitgevoerd in The Temple Church in Londen in 2004. De tekst is vrij naar een gebed van de Russische dichter Mikhail Lermontov.

De Preces and Responses zijn van Herbert Sumsion. Een van de laatste nazaten van het tijdperk van Elgar, werd wel gezegd bij zijn dood in 1995 en tijdgenoot van oa Herbert Howells van wie we het Nunc Dimittis zingen.

Bij de Canticles is, om voor de hand liggende redenen, vaak een grotere rol voor de vrouwenstemmen weggelegd bij de lofzang van Maria, terwijl de mannen mogen schitteren in de lofzang van Simeon. Zo niet vandaag. In Hendrik Andriessens Magnificat zijn het de tenoren en bassen die jubelen: “beatam me dicent omnes generationes” (alle geslachten zullen mij gelukkig prijzen). Waarom Andriessen die keuze maakte, vermeldt de geschiedenis niet. Hij was een muzikale vernieuwer, een vooraanstaand Nederlands componist, wiens talrijke werken voor de katholieke eredienst als baanbrekend worden beschouwd. Bepaald niet zoetsappig, zoals de missen van m.n. zijn Italiaanse tijdgenoten, maar helder, doorzichtig en vol onvermoede kleuren en samenklanken.

Van Andriessen wordt gezegd dat hij in zijn kerkmuziek de confrontatie aanging met de muziek uit Middeleeuwen en Renaissance; Herbert Howells was een groot kenner van de kerkmuziek uit de Tudor tijd (Tallis, Byrd, Gibbons) en iets daarvan klinkt door in zijn serene Nunc Dimittis. Toen Howells 18 jaar was woonde hij de première bij van Vaughan Williams’ Fantasia on a theme by Thomas Tallis, en dat maakte grote indruk op hem. Niet in de laatste plaats omdat de componist naast hem zat en hem liet meelezen in de partituur. Tallis en Vaughan Williams zouden belangrijke invloeden blijven in zijn werk. Howells’ dubbelkorige Nunc Dimittis opent, al even tegendraads, met een sopraansolo “nunc dimittis servum tuum” (nu laat gij Heer, naar uw woord, uw knecht in vrede gaan). En zo is alles dan toch weer een beetje in evenwicht.